Belgische Chris...'s profileBelgische Christadelphia...PhotosBlogListsMore Tools Help

Blog


    05 October

    God meester van goed en kwaad

    Is God de Schepper van goed en kwaad?

    Afgelopen zaterdag spraken wij in de dienst over het kwaad en in welke mate God het toelaat en er aldus ook meester over is.

    Voor diegenen die geloven dat de duivel een gevallen engel is moet het kwaad dus reeds bestaan hebben voor de zondeval van Adam en Eva.

    Overal in de wereld, en vooral in de zogenaamde “Christelijke” wereld, Heerst de opvatting dat de goede dingen in het leven van God komen, en de slechte dingen van de Duivel of Satan. Dit is geen nieuw idee, noch iets dat tot een afgedwaalde Christendom beperkt is. De Babyloniërs bij voorbeeld geloofden in twee goden, een god van goed en licht, en een god van kwaad en duisternis. Deze twee waren in een dodelijke strijd gewikkeld. Dit was het geloof van Kores, de grote koning van Perzië. Daarom zei God tegen hem: “Ik ben de Heer en er is geen ander; buiten Mij is er geen God…. die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de Heer, doe dit alles.” (Jesaja 45:5,7, 22)[1]. God schept het heil en het onheil. God is de schepper van ‘het kwade’ in deze zin. In deze zin is er een verschil tussen ‘het kwade’ en de zonde, waar de mens aan schuldig is; zonde is de wereld binnengekomen door de mens, en niet door God (Romeinen 5:12).
    God zegt tot Kores en de Babyloniers dat “buiten Mij is er geen (andere)God.” Het Hebreeuwse woord ‘el’, dat hier als “God” vertaald wordt, betekent eigenlijk ‘kracht, of bron van macht’. God zegt in feite dat er behalve Hemzelf geen andere bron van macht bestaat. Dit is dus de reden waarom een ware gelovige in God het idee van een bovennatuurlijke duivel of van demonen niet kan accepteren.

    Als men God als de volmaakte Schepper aanschouwt die enkel maar volmaakte dingen kan creëren kan men enkel stellen dat de aarde en hemel volmaakt moeten geweest zijn. Hoe kan dan het kwaad te voorschijn gekomen zijn. Dit is slechts mogelijk als God ook de schepper van het kwaad is. Slechts als God voorzien heeft dat het kwaad mogelijk kan zijn, kan het kwaad in de wereld gekomen zijn, anders moet er een andere schepper naast God aanwezig geweest zijn die dat dan voorzien heeft. (En van waar zou dan die andere schepper dan gekomen zijn?)

    De eeuwige, alwetende God heeft zich niet door het kwaad laten verrassen. Sterker nog, de almachtige en soevereine God heeft het kwaad, dat Hij haat, toch willen toelaten. Ook bracht Hij het over de mensen na hun zondeval. Hij waarschuwde hen dat zij als straf moeilijkheden, pijn en zelfs dood over hen zouden krijgen. Doorheen de geschiedenis greep God zelfs in door de dood nog spoediger over mensen te brengen. Denk maar aan de Zondvloed, Daniël en de leeuwenkuil, Sodom en Gomorrha. God keert het kwaad ten goede door het te gebruiken als de donkere achtergrond waartegen het licht van zijn menigvuldige genade als een regenboog afsteekt. Hij brengt verschrikkelijkheden over Egyptenaren en andere volkeren om hen te doen inzien wie zijn verkozen volk is en wie boven de Heersers van deze wereld staat.

    De Bijbel heeft voorbeelden in overvloed van hoe God ‘het kwade’ over de mensen en de wereld brengt. “ Geschiedt er een ramp in een stad, zonder dat de Heer die bewerkt?” (Amos 3:6)[2]. Als bijvoorbeeld een aardbeving een stad treft, dan wordt vaak aangenomen dat de ‘duivel’ het op die stad gemunt had, en de ramp veroorzaakt had. De ware gelovige, integendeel, moet begrijpen dat het God is, die daarvoor verantwoordelijk is. In Micha 1:12 staat: “onheil is van de Heer nedergedaald tot de poort van Jeruzalem.” In het boek Job lezen wij hoe de rechtvaardige Job al zijn aardse bezittingen kwijtgeraakt is. Het leert ons dat onze ervaring van ‘het kwade’ niet evenredig met onze gehoorzaamheid of ongehoorzaamheid aan God is. Job erkende dat “ De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen.” (Job 1:21). Hij zei niet: “ De Heer heeft gegeven, de Satan heeft genomen.” Tot zijn vrouw zei hij: “zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?”(Job 2:10). Aan het eind van het boek, vertroosten de vrienden van Job hem over “al het onheil dat de Heer over hem gebracht had.” (Job 42:11; vgl. 19:21). Het kan niet anders dan dat God de bron van “het kwade” is in de zin dat Hij diegene is die onze problemen uiteindelijk permitteert. God laat het immers toe dat er moeilijkheden, natuurrampen en problemen over mensen komen.
    “Want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer…als tuchtiging hebt gij dit te dragen…later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheid.” (Hebreeën 12: 6-11). Hier zien wij dat de beproevingen die God over ons brengt uiteindelijk tot onze geestelijke groei dienen. Wij stellen Gods woord tegen zichzelf, als wij zeggen dat de duivel een wezen is, die ons tot zonde en ongerechtigheid dwingt, terwijl tegelijkertijd hij problemen in ons leven brengt, die tot doel hebben de vreedzame vrucht van gerechtigheid te ontwikkelen. Het orthodoxe idee van de duivel stuit hier op ernstige problemen. Vooral die passages die het er over hebben, dat een man aan de satan overgeleverd moet worden “opdat zijn geest behouden worde”, of “opdat hun het lasteren worde afgeleerd.” (1 Korinthiers 5:5; 1 Timotheus 1:20). Als Satan werkelijk iemand is die er op uit is mensen tot zonde te verleiden, en dus hen negatief beïnvloeden, waarom stellen deze passages de ‘Satan’ in een positieve licht? Het antwoord is, dat een tegenstander, een ‘Satan’ of moeilijkheid in het leven, vaak zou leiden tot positieve ontwikkelingen in het leven van een gelovige.
    Als wij accepteren dat het onheil van God komt, kunnen wij tot Hem bidden om ons te helpen die problemen op te lossen, b.v. om hen weg te nemen. Want als God het kwaad niet zou toelaten en het van iemand anders afkomstig zou zijn, waarom vernietigd Hij die veroorzaker van het kwaad dan niet – tenzij de veroorzaker van het kwaad natuurlijk de mens zelf is. En hierop moeten wij zeggen dat daar ook een groot probleem ligt want de grootste veroorzaker van het kwaad in de wereld is weldegelijk de mens zelf. Kijk naar de vervuiling en de weerslag van de verkeerde ingrepen in de natuur (ontbossing bv.).

    Indien het kwaad toch over ons komt na gebed hoeven wij niet te vrezen dat God ons niet wil verhoren, wat op haar beurt ook weer zou betekenen dat God kwaad over ons laat komen door dat Hij niet wil ingrijpen. Wij kunnen anders kijken tegenover de moeilijkheden die ons tegemoet komen. Als God niet ingrijpt dan kunnen wij er misschien eens over nadenken of dat God dit kwaad misschien niet over ons wil laten komen zodat het ons tot geestelijk nut kan zijn. Maar als wij geloven dat er een slechte wezen is, de duivel of satan, die onze problemen veroorzaakt, dan komen wij er nooit onderuit. Invaliditeit, ziekte, plotselinge dood of welke calamiteit ook, moeten wij dan gewoon als ongeluk beschouwen. Als de duivel een of ander machtige en zondige engel is, dan is hij veel machtiger dan wij en hebben wij geen andere keus dan van zijn hand het lijden te aanvaarden. Daar tegenover worden wij vertroost dat “ God alle dingen (in het leven) doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.” (Romeinen 8:28). Er is dus geen ‘geluk’ in het leven van een gelovige.

    De Bijbel windt er geen doekjes om: de menselijke natuur is fundamenteel slecht. Wanneer wij dit accepteren, hoeven wij geen denkbeeldig persoon buiten onze menselijke natuur te verzinnen, die verantwoordelijk voor onze zonden zou zijn. In Jeremia 17:9 lezen wij dat het mensenhart zo arglistig en verderfelijk is, dat wij de omvang van zijn zondigheid niet kunnen vatten. Ook Jezus heeft in Mattheus 7:11 de menselijke natuur als fundamenteel slecht gestigmatiseerd. Salomo beschrijft het in niet mis te verstane termen: “het hart der mensenkinderen is vol boosheid.” ( Prediker 9:3). En God laat voorlopig de mens nog zijn gang gaan. Hij laat het toe dat mensen misdadigers tot leiders kiezen, maar dan moeten zij er zelf de gevolgen van dragen. Hoe erg het ook mag zijn, en hoe moeilijk wij het kunnen begrijpen dat zulk een kwaad als bijvoorbeeld een holocaust de mensheid mag bezoedelen, God is het wezen dat toelaat dat dit allemaal gebeurt. Maar Hij is niet zonder liefde en mededogen. Hij zal al die moeilijkheden ons niet voor eeuwig laten tarten. God heeft beloofd dat er verlossing van het kwaad zal komen voor al diegenen die God willen dienen en erkennen als de enige Ware Schepper van hemel en aarde. Zelfs voor de levenden heeft Hij al voor een Verlosser gezorgd. Die Voorziener, de Heiland kan nu reeds in het mensenleven verzachting brengen. Het is de Vertrooster die het mogelijk maakt dat wij het kwaad in deze wereld nu reeds aankunnen. Jezus is de man die ons een toekomst voor ogen brengt die werkelijkheid kan worden.



    [1] (Jesaja 45:5,7,22) 5 Ik ben Jehovah, en er is geen ander. Behalve mij is er geen God. Ik zal u vast omgorden, ofschoon gij mij niet hebt gekend, 7 [Degene] die het licht formeert en de duisternis schept, die vrede maakt en rampspoed schept, ik, Jehovah, doe al deze dingen. 22 Wendt U tot mij en wordt gered, GIJ allen [aan de] einden der aarde; want ik ben God en er is geen ander.

    [2] (Amos 3:6) Indien een horen in een stad wordt geblazen, beeft dan niet ook het volk zelf? Indien er een rampspoed in de stad plaatsvindt, is het dan niet Jehovah die gehandeld heeft?

    30 June

    Is een Demon een op zijn eigen bestaande geest?

    Vorige zondag bekeken wij het verhaal van de gedemoniseerde Legioen. De man die een onreine (Willibrord, Canis, NGB, HSV, Lei en meeste andere Nederlandse vertalingen) of ‘boze’ (Boek) geest bezat. (Markus 5:1-20) Een demon bezitten was hetzelfde als een onzuivere geest hebben. Het is een Bijbelse manier om te zeggen dat er iets onzuivers is in het denken en/of handelen van een persoon. In het kort gezegd is een persoon met een demon een persoon met een mentale ziekte, of een ziekte zoals epilepsie welke de hersenen aantast.


    Wij hebben nagegaan hoe ten tijde van Christus hersenletsels werden benaderd. Ook hoe elke afwijking van het normale denken werd benaderd is belangrijk om te weten wat zij in die tijd bedoelden met “hij is een demon” of “een demon is in hem”. Zelfs vandaag als men iemand heeft die vallende ziekte heeft durft men nog zeggen “hij is bezeten” sommige mensen denken echt dat er iemand anders bezit heeft genomen over die persoon. Maar is dat zo? Is het niet gewoon een”elektrisch” falen in de hersenen?

    Als wij vers 15 nagaan vinden wij de toestand na dat de ‘bezeten’ man terug tot rust was gekomen. “Zij kwamen naar Jezus toe en zagen de bezetene zitten, gekleed en goed bij zijn verstand, dezelfde die in de macht van Legioen geweest was; en ze werden door vrees bevangen.” (Mr 5:15 WV78)

    “de bezetene zitten die altijd legio demonen in zich had; hij was gekleed en bij zijn volle verstand.” (GNB)

    Hij had een legioen in zich? Was dat iets zoals een leger? (5à 6000 man infanterie en 300 ruiters) Neen het is een wijze van spreken. Hij kon bergen verzetten en massa’s dingen breken of kapot maken. Hij had een onmenselijke kracht.

    Er is het contrast van de onzuivere geest met ‘in zijn rechterhand’ of ‘bij goed verstand’ ‘Krachtig’ tegenover ‘zittend’, ‘naakt’ tegenover ‘gekleed’ Met andere woorden werd het gek gedrag vervangen door goed bij zijn verstand, gezond van geest. Het betreft niet een soort geest of andere figuur, maar die geest is het geestelijk brein of verstand. Het gaat hier om de hersens en de hersenfunctie.

    In Handelingen der apostelen. 16:16 horen wij ook dat iemand die kon waarzeggen werd genoemd als iemand die „ met een geest, een waarzeggende demon” was. Ook zij die wartaal spraken werden aanschouwd als bezeten door een demon.

    (Luk. 8:27-30) „Toen hij echter aan land was gestapt, kwam een zekere man uit de stad hem tegemoet, die door demonen bezeten was. . . . Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor hem neer en zei met een luide stem: ’Wat heb ik met u te maken, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God? Ik smeek u, pijnig mij niet.’ (Hij had de onreine geest namelijk bevel gegeven van de mens uit te gaan. Want gedurende lange tijd had die hem vastgehouden . . . ) Jezus vroeg hem: ’Hoe is uw naam?’ Hij zei: ’Legioen’, want er waren vele demonen in hem gevaren.”

    Evenals zij die vreemde ziekten hadden waar ze geen verklaring voor hadden of welke ze niet konden genezen.
    (Matth. 4:24) „Men bracht allen tot hem die er slecht aan toe waren, die door verscheidene kwalen en pijnen gekweld werden, door demonen bezetenen en lijders aan vallende ziekte en verlamden, en hij genas hen.”

    (Matth. 15:22) „Wees mij barmhartig, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is op een vreselijke manier door een demon bezeten.”

    Om de mensen te doen inzien dat een ziekte volledig uit iemand verdreven was moest Jezus een manier vinden om het duidelijk te maken. Bij de verlamde kon hij het bed laten oppakken, maar bij de geestelijk gehandicapte liet hij de onzuivere varkens verdrinken.

    Het is wie weet niet per toeval dat het verhaal van De Legioen dadelijk achter het kalmeren van de wind en de zee komt (Mat !:23-27, Mr 4:35-41, Lu 8:22-25) Wij krijgen het beeld voorgeschoteld dat Jezus de natuurelementen kan kalmeren maar ook de geest van een mens, of het gemoed. Het gaat om de gezindheid, de neiging, de lust, de zin het denken op zich, of de uitwerking van de hersenactiviteit, maar niet om een apart iets of iemand in de persoon.


    Komende zondag gaan wij verder in op mentale en fysieke ziekten. Want blindheid, stomheid en doofheid werden ook regelmatig omschreven als een lijden aan een demon. Wij zullen nagaan of Demonen bezit een welbepaalde categorie van ziekten uitmaakte. Wij zullen zien dat “bezeten door demonen” gelijkloopt met “zwakheden” of “gebreken” en dat de onzuivere geesten” die worden “uitgeworpen” in de woorden van Mattheus volgens Lukas gewoon omschreven worden als “genezen” “beter worden” of gewoon gezond worden. (Lu 7:21; Handelingen 19:12)


    Ook zullen wij het interessant feit onder beschouwing nemen dat ook van Jezus werd gezegd dat hij een demon in zich had. Ook van hem werd gezegd dat hij van Beëlzebub of van Satan was. “De Joden gaven Hem ten antwoord: ‘Zeggen wij niet met recht dat Gij een Samaritaan zijt en van de duivel bezeten?’” (Joh 8:48 WV78) “en een demon in zich heeft.” Was Christus dan bezeten door een andere persoon of geest? Neen, het was voor de Joden raar wat Jezus had te vertellen. Wanneer Jezus bijvoorbeeld zei dat diegenen die zijn woord onderhield de dood niet zou zien antwoorden de joden:”Jij hebt een demon.” “ ‘Nu weten wij zeker dat Gij van de duivel bezeten zijt. Want Abraham en de profeten zijn gestorven, terwijl Gij beweert: Als iemand mijn woord onderhoudt, zal hij in eeuwigheid de dood niet smaken.” (Joh 8:52 WV78)

    In andere woorden, de Joden zeiden dat Jezus gek was, of niet goed bij zijn verstand. Iemand die zich wat wijsmaakte werd aanschouwd een demon te hebben. Tegenwoordig zeggen wij gemakkelijk “Jij bent gek”. Het gaat er dus om bij de zinnen te komen. “Zijn wij ooit van zinnen geweest, dan was het voor God; zijn wij verstandig, dan is het voor u.” (2Co 5:13 WV78)

     


    16 January

    Gebed geen excuus zijn om niets te doen

    Gebed mag nooit geen excuus zijn om
    niets te doen.


    Nehemia bad, maar had in zijn
    handen troffel en zwaard - hij gebruikte zijn verstand.

    Het resultaat was dat in 52 dagen
    tot stand kwam, wat in 100 jaar niet was bereikt.




    De muur nu was voltooid ... in
    twee챘nvijftig dagen.


    Nehemia 6:15



    Dierbare
    God

    wij vragen dat Uw Heilige
    Geest over ons mag komen,

    wij vragen
    wijsheid van U,

    vooral wanneer wij niet
    duidelijk zien wat we moeten bidden en
    doen.
    12 October

    Gehoorzaamheid beter dan offers

    “Maar Samuel sprak: ‘Zouden brand - en slachtoffers Jahwe even lief zijn als gehoorzaamheid aan zijn woord?’ Neen, gehoorzamen is beter dan offeren, volgzaamheid meer waard dan het vet van bokken.” (1Samuel 15:22 WV78)
     “(4:17) Weet wat je doet als je naar het huis van God gaat. Erheen gaan om te luisteren is verstandiger dan er offers te brengen zoals de dwazen: ze beseffen het niet eens wanneer ze kwaad doen.” (Predikers 5:1 WV78)

    Als de schepper van hemel en aarde behoort alles reeds toe aan God. Al de materie is reeds van Hem en daarom kunnen wij ons de vraag stellen of er wel iets is dat wij Hem kunnen geven. God heeft gezegd: “Wees wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart: dan kan ik een antwoord geven aan wie mij versmaadt.” (Spreuken 27:11 WV78) Door wijs te leven zullen wij God vreugde kunnen geven. Ook een luisterend oor en onze gehoorzaamheid kunnen wij schenken.  “Sinds Ik uw voorvaderen uit Egypte gevoerd heb tot vandaag toe heb Ik hen nadrukkelijk en onophoudelijk gewaarschuwd: Luister naar mij.” (Jeremia 11:7 WV78) “Beter dus uw leven, luister naar Jahwe uw God. Misschien krijgt Hij dan spijt over het onheil waarmee Hij u heeft bedreigd.” (Jeremia 26:13 WV78)

    God wenst dat wij Zijn wil doen en die wens kunnen wij vervullen met volle overgave. Daarnaast verlangt Hij dat wij Hem vrijwillig volgen en Hem trouw blijven. Vroomheid verlangt Hij van ons.  Dat is veel belangrijker dan enige materiële afstand. “Want vroomheid wens Ik, geen offergaven, en erkenning van God, meer dan brandoffers.” (Hosea 6:6 WV78)
    Gods hoop is dat de mensen Hem zullen liefhebben. “en Hem beminnen met heel zijn hart, heel zijn verstand en heel zijn kracht en de naaste beminnen als zichzelf gaat boven alle brand - en slachtoffers.’” (Markus 12:33 WV78)
    Het niet gehoorzamen van God geeft Hem leed (Psalmen 78:40,41) en zal voor ons de verschrikking inhouden van de verdoemenis. Maar als wij ingaan op de verordeningen van God zal ons het geluk toelachen.
     “Dit alleen heb Ik hen bevolen: Luister naar Mij, dan zal Ik uw God zijn en gij zult mijn volk zijn. Volg de weg die Ik u wijs, dan zal het u goed gaan.” (Jeremia 7:23 WV78)
    “Als gij aan mijn woord gehoorzaamt en mijn verbond onderhoudt, dan zult ge - hoewel de hele aarde Mij toebehoort - van alle volken op bijzondere wijze mijn eigendom zijn.” (Exodus 19:5 WV78)
     “die Ik uw voorvaderen heb gegeven, bij hun uittocht uit de ijzeroven van Egypte, toen Ik hen zei: Luister naar Mij en doe alles wat ik u voorschrijf. Dan zult gij mijn volk en Ik zal uw God zijn.” (Jeremia 11:4 WV78)
    09 October

    Onder de Geest blijven

    Als Christenen hopen wij dat Gods Geest met ons is. God is bereid met ons te zijn als wij zijn wil doen, maar Hij waarschuwt ons ook dat als wij tegen Zijn Geest ingaan wij Hem kunnen verliezen. Indien wij bewust zondigen nadat wij de waarheid hebben ontvangen, is er geen zoenoffer meer over voor onze zonden, maar angstvallig moeten wij dan opkijken naar mogelijke veroordeling. God kan zien en beslissen of wij een onvergeefbare zonde hebben gedaan. Hij kan ons dan verwerpen van Zijn aangezicht en de Heilige Geest weg nemen. (Psalmen 51:11/13) Laat ons daarom hopen dat wij steeds op het juiste pad kunnen blijven en dat Gods Geest ons wijsheid en leiding geeft zodat wij steeds God nabij kunnen zijn.

     “Daarom zeg Ik u: Iedere zonde en godslastering zal de mensen vergeven worden, maar lastering van de Geest zal niet vergeven worden.” (Mt 12:31 WV78)
    06 October

    Anders dan anderen

    Blijf je niet blind staren op deze wereld om er aan gelijk te worden. vorm je ook niet naar deze wereld. Tracht je de mensen te winnen of zoek je hun gunst? Wil je iedereen naar de mond praten?

    Durf een andere mens te worden, met een andere of een nieuwe visie. Door een andere manier van denken zal je zich kunnen onderscheiden. Wees niet onverstandig en probeer uit te maken wat God van je wil.
     Dan kan je beoordelen wat God wil, wat goed is en volmaakt en wat Hem aangenaam is.
     
    (Romeinen 12:2; 1 Johannes 2:15; Galaten 1:10; Jakobus 4:4)
    03 October

    God behagen

     

    Zonder het geloof is het onmogelijk aan God te behagen of Hem vreugde te geven; wie bij God wil komen moet stappen nemen om Hem te naderen.Wie hem wil naderen moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij een beloner is van hen die Hem zoeken.(Hebreeën 11:6)

    13 July

    Vakantietijd

     

    De wereld rondom ons op onze reis.

    Nu de vakantiemaanden zijn aangebroken gaan er veel mensen de wijde wereld in om te zonnen, te relaxen maar ook om andere delen van die wereld in levende lijve te aanschouwen.

    Wij kunnen tijd nemen om de wonderen van de natuur alsook van de scheppingskracht van de mens te zien. Naast het werk is er de ontspanning en de reis waarin mensen lief en leed kunnen delen. Maar spijtig genoeg worden we ook op onze reizen geconfronteerd met de vernietigingskracht van de mens. Hij weet veel op te bouwen en machtige dingen uit te vinden, maar hij slaagt er ook in veel mooie dingen in de vergeethoek te schuiven.

    Ook vergeten velen eens stil te staan bij wat hun ogen passeert als zij op reis zijn.

    Vele jaren terug nam men reizen juist op om meer van de wereld te leren kennen. Men wilde ontdekken en meer weten.

    Deze „ontdekkingsreizen” toonden aan dat de wereld rond was en niet plat, zoals de meeste mensen eeuwen geleden hadden geloofd. De mensen waren vervreemd geraakt van het Woord van God en hadden verkozen hun eigen ideeën er op na te houden. Toch zei de bijbel lang vóór die reizen, ongeveer 2700 jaar geleden: „Er is er Een die woont boven het rond der aarde” (Jesaja 40:22). Het Hebreeuwse woord dat hier met „rond” is vertaald, kan ook „bol” betekenen, zoals in verschillende naslagwerken wordt opgemerkt. Andere bijbelvertalingen zeggen derhalve „de globe van de aarde” (Douay Version) en „de ronde aarde”. — Moffatt.

    De bijbel werd dus niet beïnvloed door de onwetenschappelijke ideeën van die tijd omtrent de vorm van de aarde en de wijze waarop ze wordt ondersteund. De reden hiervoor is simpel: De Auteur van de bijbel is de Auteur van het universum. Hij heeft de aarde geschapen, dus hij weet beslist waaraan ze opgehangen is en wat voor vorm ze heeft. Toen hij de bijbel inspireerde, zag hij er daarom op toe dat er geen onwetenschappelijke ideeën in opgenomen werden, hoezeer ze ook door anderen in die tijd werden geloofd.

    De natuurwetten van het universum zijn zo nauwkeurig dat wij er nu geen moeite mee hebben een ruimteschip te bouwen dat naar de maan kan reizen, en dat wij tot op een fractie van een seconde nauwkeurig kunnen bepalen hoe die vlucht zal verlopen. Deze wetten moeten door iemand zijn ingesteld.

    De bijbel bevat, vergeleken met elk ander boek, de nauwkeurigste oude geschiedenis. In het boek A Lawyer Examines the Bible wordt de historische nauwkeurigheid van de bijbel door een jurist als volgt belicht: „Terwijl liefdesgeschiedenissen, legenden en valse getuigenissen de verhaalde gebeurtenissen zorgvuldig in een of ander verafgelegen oord en in een niet nader omschreven tijd plaatsen en zo de fundamentele regels voor een goed pleidooi schenden die wij als juristen leren, namelijk dat ’de verklaring tijd en plaats moet noemen’, geven de vertellers in de bijbel ons de datum en plaats van de verhaalde dingen met de uiterste precisie.”

    The New Bible Dictionary zegt: „[De schrijver van Handelingen] plaatst zijn verhaal in het raamwerk van het leven van die tijd; zijn bladzijden staan vol verwijzingen naar stadsmagistraten, provinciestadhouders, vazalvorsten, enzovoort, en deze verwijzingen blijken keer op keer precies overeen te stemmen met de plaats en de periode in kwestie.”

    Vandaag zijn er nog maar weinigen in de geschiedenis geïnteresseerd maar toch willen ze de Bijbel in twijfel trekken en nog meer de Schepper van al het mooie rondom ons.

    Vraag iedereen die zegt dat hij de waarheid van de Evangeliën in twijfel trekt, welke reden hij ervoor heeft te geloven dat Caesar in het Capitool is gestorven of dat keizer Karel de Grote in 800 door paus Leo III tot keizer van het Westen werd gekroond. . . . Hoe weet u dat een man als zus of zo werkelijk ooit heeft geleefd of dat de beschreven historische figuren werkelijk dat gedaan hebben dat er over hen geschreven staat.

    In de Heilige Schrift kan men zeer veel te weten komen van wat er gebeurt is met deze wereld. Het ontstaan van de aarde, de zeeën en rivieren, de planten en de mensen die dit alles in beheer hebben gekregen. Het Boek verzwijgt niets van de mens. Het laat zijn goede en zijn slechte kantjes zien. Het is niet bevooroordeeld en als wij goed lezen zullen wij merken dat wij geen subjectieve geschiedschrijving krijgen.

    Wij krijgen een geheel harmonieus, niet alleen in grote lijnen maar ook in de kleinste details, boeiend verzamelwerk voorgeschoteld.

    In de 66 werken kan men zien hoe de mensen hebben rondgetrokken en hoe mensen zich door te reizen zich over heel de wereld verspreiden en verhalen loeten rondgaan. Ook al had men beperkte middelen probeerde men van het leven te genieten. Vandaag hebben wij veel meer middelen om in ons genot te voorzien. Het is interessant dat veel van de hedendaagse genoegens die de wereld te bieden heeft op zich niet verkeerd zijn. Er is niets verkeerd aan het bezitten van een groot huis, een mooie auto, een tv-toestel of een stereo-installatie. Ook overtreedt men geen bijbelse wet wanneer men lange, interessante reizen maakt en opwindende vakanties houdt.

    Maar wij moeten wel alles in verhouding kunnen doen en in respect naar anderen toe. Dus komt het er op aan als wij onderweg zijn dat wij de plaatsen waar wij komen niet te vervuilen en met waardering te benaderen. Dan kunnen wij eens meer tijd nemen om de schoonheid achter al de dingen te ontdekken en kunnen wij ook eens proberen meer tijd te vinden om er achter te komen wie of wat achter die zaken zit. Hoe dat ze ontstaan zijn en hoe dat ze kunnen blijven bestaan. Tijdens het jaar worden wij door de media bestookt met allerlei berichten over hongersnood, waterelende, hevige stormen en vele oorlogen en terreur. Ook al gaat die kwel door laten wij het naast ons neerliggen en vergeten wij het. Trouwens komt er door de moderne media veel meer berichtgeving door dan vroeger en weten wij daardoor nu vel sneller waar er iets verkeerd loopt in die wereld.

    Wij moeten ons er echter van bewust zijn hoe het met deze aarde zal verlopen. Daarom kan heet gerust geen kwaad om nu en dan eens de tijd te nemen om er over na te denken. De Bijbel is een handig hulpmiddel om onze ontdekkingsruis te begeleiden. Het heeft het verleden goed omschreven maar schenkt ook een licht op de toekomst. En wij zouden ons ook beter bezig houden met die toekomst.

    Al Gore en anderen kunnen ons wel boeiende documentaires voorschotelen maar de mensheid heeft een voorspelling gekregen, die zoals de voorgaande voorspellingen, ook zal vervuld geraken. Hierover kunnen wij meer lezen in de Heilige Schrift. Daarin staat nauwkeurig vermeld welke tekenen wij mogen verwachten en waar wij al of niet zullen op kunnen reageren. Sommige wereldvoorspellers durven wel eens het doembeeld naar voor brengen dat uiteindelijk de hele wereld zal vergaan, maar de Bijbel geeft ons hierover een heel ander beeld.

    Gods oorlog van Armageddon zal de slotfase zijn van een tijdsperiode die de „grote verdrukking” wordt genoemd. Jezus sprak er aldus over: „Er zal dan zulk een grote verdrukking zijn als er sedert het begin der wereld tot nu toe niet is voorgekomen, en ook niet meer zal voorkomen” (Matth. 24:21). Wanneer wij de catastrofes in aanmerking nemen die in het verleden hebben plaatsgevonden, is het duidelijk dat de komende „grote verdrukking” een tijd van weergaloze beroering zal zijn zoals in de gehele geschiedenis van het mensdom niet is voorgekomen. Wegens Gods barmhartigheid zal het echter een heel korte tijd zijn, een tijd die door God zal worden ’verkort’.(Matth. 24:22) [1].

    Gods Woord belooft dat „een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natiën en stammen en volken en talen” levend „uit de grote verdrukking [zal] komen”. Zelfs nu reeds wist God alle tranen uit hun ogen weg (Openb. 7:9, 14, 17). Om deze reden was Jezus erg optimistisch met betrekking tot de toekomst, alhoewel hij wist dat de mensheid de „grote verdrukking” nog zou moeten meemaken. Zijn hoopvolle woorden luidden: „Als nu deze dingen beginnen te geschieden, richt u dan rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt.” (Luk. 21:28).

    Wij kunnen ons best bewapenen door goed voorbereid te zijn op die eindtijden. Vakantietijd is ook een mogelijke tijd voor bezinning. Laten wij daarom nu die tijd uitkiezen om ook ernstig na te denken over het wel en wee van de aarde en hoe wij er ons gaan willen gedragen.

     

    Aangeraden lectuur:

    Omtrent de aarde

    Bestemming van de aarde

    Wat is god van plan met deze aarde?

    Wat met de bewoners van de aarde, rechtvaardigen en onrechtvaardigen?

    De toekomst van de aarde en de mens, opstanding en oordeel

     

    Verder:

    Niet zeker dat er een God is

    Bestaat er een god die zich om ons en de aarde bekommert?

    Terugkeer van Jezus en zijn plaats inname op de troon van het laatste maar eeuwigdurende Koninkrijk.

     

     

    Onze houding in de wereld

    Staat er tegenover de aarde ook een hemel en een hel?

    Wat omtrent de menselijke natuur?

    Wat te vinden in de Bijbel?

     



    [1] Mattheüs 24:21-22:  22 Indien die dagen trouwens niet werden verkort, zou geen vlees worden gered; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden verkort.

    21 February

    Bij het heengaan van een geliefde

    Er zijn van die dagen dat wij geconfronteerd worden met lijden, pijn en verdriet.
    Wij worden in ons leven geconfronteerd met nieuw leven
    maar moeten ook toekijken bij het heengaan van het leven.
    De dood komt ons steeds tegemoet.
    Door ons geloof kunnen wij kracht in dit leven vinden
    en vinden wij troost bij de minder aangename momenten die op ons af komen.

     

    Zij die deze aarde verlaten zijn in een diepe slaap getreden. zij hoeven geen weerstand meer te bieden aan al de problemen van deze wereld. Hun lijdensweg is ten einde. Voor hen wacht na een lange tijd de volbrenging van hun hoop, het geloof in de opstanding na de dood, die zal komen wanneer het einde der tijden er zal zijn.

    Zij laten anderen na. Dezen zullen treuren en moeten leren omgaan met hun verdriet. Maar voor hen die geloven is er de Hoop. Ook zij kunnen uitkijken naar het Koningkrijk van God. Zij kunnen de herinnering van de gestorvene levend houden. Nog beter kunnen zij het levenswerk van de ingeslapene verder laten groeien in hun vooruitgang in dit leven. De nabestaanden moeten verder gaan en zelf de weg vrder bewandelen en voorbereiden voor hen die nog zullen volgen.


    Laat mij mogelijkheden kennen om door dit leven te gaan.
    Laat mij grote dingen durven te dromen en maak ze waar!

    U Heer geeft mij de kracht en het vertrouwen om verder te gaan.

    '… Want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.'

    Filippenzen 2:13


    12 February

    Diegene die maakt zoal wij zijn

     

    Niet God heeft ons gemaakt zo als wij zijn. Wij zijn zelf (gedeeltelijk) verantwoordelijk voor hoe wij ontwikkelen en voor wat wij met ons zelf aanvangen. Als deel uitmakende van de wereld zijn wij daar deels van afhankelijk, maar wij moeten ons zo sterk maken dat wij er ons van kunnnen losweken. Onze persoonlijkheid waarin eigenschappen van God liggen moeten wij ook durven goddelijk maken . Wij moeten werken aan het volledig worden, waar wij eigenlijk zelf nooit in zullen kunnen slagen. Maar elke dag moeten wij stappen in de goede richting maken. De ziel is gewoon het Zijn, het leven zelf, de adem (volgens de Heilige Schrift).  (Ge 1:20; 2:7; 9:4; Ef 6:6) De mens uit stof en as gekomen zal ook weer terug keren tot stof en as. (Ge 2:7; 3:19; Pr 3:2; 12:7; 1Co 15:47) Eens wij sterven , of ontslapen, zullen wij volledig vergaan en in een toestand komen zoals voor ons aardse leven, waar wij niets van weten. Als in een diepe slaap zullen wij niets voelen, niets horen, niets weten. Maar zij die geloven hebben een prachtig vooruitzicht. Want er is ons een opstanding uit de doden belooft. Na het laatste oordeel zouden wij kans kunnen maken op een eeuwig leven in het Koninkrijk van God. Daar kunnne wij naar uitkijken, maar wij moeten er ook voor werken, in die zin dat wij ons levben niet zo maar door de wereld kunnen laten leiden. Wij moeten bewust voor God kiezen en geloven in Zijn Zoon Jezsu Christus, die door Zijn offerdood ons vrij gemaakt heeft van alle wereldse ketens, en ons heeft bevrijd van de dood zelf. (1Jo 2:2; Han 7:35; Heb 9:12)

    Op de Drie werelden stond dit: Citaat

    > Over God
    Op de space van 'Waarheid zoeken' lees ik: "God maakte ons zoals we zijn". Zoals ik het leerde zijn we eeuwig en altijd zielen. Die hoeven dus niet gemaakt te worden. Wanneer we de zielewereld verlaten zijn we zuiver en perfect. Zoals een kind dat netjes aangekleed wordt door de moeder en dan het huis verlaat om te spelen zo hebben wij ook ons huis verlaten. Welgemanierd aanvankelijk bleven we een hele tijd zuiver en gezond. Door het spelen en ravotten raakten we steeds meer besmeurd en onze zeden verwilderd. Na vele incarnaties zijn we in het heden beland, vol met gebreken. Door de tijd opgelopen, zeg maar. Niet door God gegeven. God geeft enkel het goede.
    "Hij geeft ook problemen", lees ik verder. Niet hij geeft die. Onze ondeugden veroorzaken die. Met name lust, agressie, hebzucht, binding en ego zorgen voor alle problemen die er zijn. God kan die niet geven want Hij heeft die ondeugden niet. Hij is altijd vrij ervan en zuiver. Hij wordt de Zuiveraar genoemd. Herinner Hem en je wordt zuiver. <
     
     
    31 December

    Wat betreft de 10 geboden voor zelfliefde

     Op de Nederlandstalige MSN ruimte van Els Goris gevonden:

    Citaat

    de 10 geboden voor zelfliefde

    1. Ik ben die ik ben!

    Met dit lichaam en met deze geest moet ik het doen.
    Dit is alles wat ik heb, ik kan het niet meer ruilen.
    Dit is blijkbaar precies zoals ik moet zijn;
    onder mij, zoals ik op dit moment ben, was de schepping niet volledig.
    Ik houd op mezelf verwijten te maken voor dingen die ik (nog) niet kan.

    2.  Ik hoef niet perfect te zijn!

    Ik hoef niet te kunnen wat ik niet kan.
    Perfectie is stilstand en stilstand is vaak dood.
    Ik leef, dus maak ik fouten. Ik mag ook fouten maken.
    Van fouten leer ik, sterker nog: ik ben perfect, juist omdat ik de fouten maak die ik maak!
    Zo houd ik mede de evolutie op gang.

    3.  Ik krijg precies wat ik nodig heb!

    Alles helpt mij mijn opdracht op aarde te vervullen - ook tegenslagen en ziekten,
    de vijanden en de ruzies, de verloren liefdes en de gebroken harten.
    Als ik het nu nog niet kan zien, mag ik dat later wel zien.
    In moeilijke momenten kijk ik niet alleen naar wat ik mis, maar ook naar dat gene wat ik nog heb.

    4.  Ik hoef alleen maar volstrekt eerlijk naar mijzelf te zijn!

    Soms moet ik selectief met de waarheid omgaan.
    Totale eerlijkheid naar andere mensen toe is niet altijd liefdevol, integendeel.
    En soms moet ik mijzelf beschermen, dat is nu eenmaal zo in deze wereld.
    Als ik maar niet lieg tegen mezelf, geen blokkade opbouw,
    mijn Hogere Zelf verdring: als ik maar weet wat ik doe en waarom.

    5.  Ik kan het nooit de hele wereld naar de zin maken!

    Wat de een goed vindt, vindt de ander waardeloos.
    Er zal altijd iemand zijn die mij bekritiseert:
    er zal altijd iemand zijn die mij bewondert.
    Ik mag gewoon doen wat ik voel dat ik moet doen.

    6.  Ik houd mijn aandacht in het NU!

    Oude koeien horen in de sloot.
    Alles is gebeurd zoals het is gebeurd,
    het heeft geen zin er over te piekeren.
    Wat is gebeurd kan ik niet meer veranderen, ik mag het alleen aanvaarden.
    Elk moment dat je met je gedachten met het verleden bezig bent gaat af van je toekomst.
    Ook vage fantasieën over de toekomst verspillen mijn energie.
    NU is verreweg het boeiendste, interessantste moment van mijn leven, want alleen NU gebeurt echt,
    in mijn vlees en bloed, wat er gebeurt.
    et heden bepaalt je toekomst.
    Gebruik maken van mijn geheugen en het opdiepen van herinneringen prima, maar ga niet zeuren.

    7.  Ik houd mijn aandacht hier!

    Hier is mijn lichaam, mijn geest, dus hier ben ik.
    Hier is nu de belangrijkste plek op aarde.
    Alleen hier kan ik werkelijk zien, ruiken, horen, voelen, proeven -
    hier klopt mijn hart, hier haal ik adem, hier voel ik mijn spieren onder mijn huid.
    Ik ga niet zweven, geen twee dingen tegelijk doen met mijn geest, want dan doe ik er minstens eentje half.
    Ik ga me niet nutteloos druk maken over eventuele gevoelens en gedachten die andere mensen over mij hebben.
    Ik ben hier.

    8.  Iedereen mag al dan niet van mij genieten op zijn of haar eigen wijze!

    Ik ben hier nodig. Andere leren van mij, ik leer van anderen.
    Maar hoe dat gebeurt, weet ik niet altijd en dat hoef ik ook niet te weten.
    Ik laat iedereen zijn of haar oordeel over mij: Positief of Negatief.
    Ik mag genieten van complimenten. Maar ik mag ook kritiek incasseren.
    En ik hoef niet elk beeld, van de ander over mij, te corrigeren.

    9.  Ik hoef niet bang te zijn!

    Ik houd mijn angsten en onzekerheden kritisch tegen het licht.
    Lijdt de mens niet het meest onder het lijden dat hij vreest?
    Ik wacht rustig af en bereid me voor,
    maar ik ga niet fantaseren over alle vreselijke dingen die eventueel ooit zouden kunnen gebeuren.
    Dat vind ik zonde van de tijd. Ik zie wel!!
    Als alles goed gaat, heb ik gelukkig niet vergeefs geleden.
    En als er wel iets akeligs gebeurt heb ik ten minste niet vooraf ook al geleden.

    10.  Ik houd ontzettend veel van mezelf!

    Daarom kan ik ook van andere mensen houden.
    Net zoals ik houd van dieren, planten etc...
    En alles houd van mij. De zon bemint mij, de maan ook.
    Alles is ten diepste liefde en ik ben er een deeltje van.

     

    (Artikel van Peter den Haring in het blad Paravisie, maart 1997)

    www.Peterdenharing.nl

    24 December

    Achtergrond Christelijjk Kerstfeest

    Wie staat er vandaag  nog stil bij de ware achtergrond van het Christelijk Kerstfeest? Herinneren wij  de verlossende liefde van Jezus Christus die werkelijkheid is geworden? Vlees en bloed dat op een goddelijke wijze ter wereld is gekomen om mensen te verlossen. Durven wij aan die wereld  te tonen welk een zegen wij in onze herinnering willen dragen? Laten wij aan een wereld die verziekt is door de zonde, een wereld die hunkert naar een blij, heilzaam en positief christelijk geloof ten toon spreiden. Dezer dagen zijn ideaal om niet enkel de geboorte van Jezus Christus te verkondigen, maar ook om met anderen over de Goede Boodschap te praten en er bij stil te staan welk een mooie belofte ons gebracht  is geworden.

    01 December

    Zoek en vind de Open Weg

    Reeds in Jezus tijd waren er verschillende meningen hoe men Christus moest navolgen.
    "De Weg" was de gebruikte scheldnaam om de Christusgangers te benoemen.
    Doorheen de geschiedenis zijn er heel wat namen naar voor gekomen van groeperingen die beweren de echte Christenen te zijn.
     
    Het grote probleem van al die mensen was dat zij het meest bekommerd geraakten rond hùn stellingen en hùn aanhangers.
     
    “Maar hoe zoudt gij ook kunnen geloven als gij van elkaar eer tracht te verwerven, terwijl gij de eer die van de enige God komt, niet zoekt?” (Joh 5:44 WV78)
     
    “Wie uit zichzelf spreekt, zoekt eigen eer. Wie daarentegen de eer zoekt van Degene die Hem zond, hij is geloofwaardig en er is geen bedrog in hem.” (Joh 7:18 WV78)
     
     “voor de ongelovigen, wier geest door de god van deze wereld zozeer is verblind, dat zij de glans niet ontwaren van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld is van God.” (2Co 4:4 WV78)
     
     “Want al wat voor leven en vroomheid nodig is, heeft zijn goddelijke kracht ons geschonken met de kennis van Hem die ons geroepen heeft door eigen heerlijkheid en wondermacht.” (2Pe 1:3 WV78)
     
    Veel mensen gaven de voorkeur om aan tradities te houden of zich aan te sluiten bij die groeperingen die voor hen het best uit kwamen. Het was niet zo zeer de liefde voor God en de wil om uit de bijbel te leren, die hen tot een kerk trokken. daardoor geraakten ook velen verward of verstard in een denken.
     
    “Jezus gaf haar ten antwoord: ‘Zei Ik u niet, dat gij Gods heerlijkheid zult zien als gij gelooft?’” (Joh 11:40 WV78)
     
    Velen durven niet afstappen van de gebruikelijkheden van hun streek of van familie gewoonten. zij willen blijven vasthouden aan zaken die hen door anderen worden voorgeschoteld.
    Om die verkondigde 'geloofsregels' na te gaan met de Heilige Schrift durven zij niet. Waarom zouden ze? Indien men een geloof kan invullen zoals men het zelf wilt, is dat niet praktisch?
     
    Zij die echter als Christen door het leven willen gaan moeten zich vragen stellen. Zij moeten inzicht zoeken.
    “Maar de wijsheid–waar moet je haar zoeken, en het inzicht–waar is het te vinden? Geen sterveling kent de weg erheen, de wijsheid is niet in het land der levenden. De oervloed zegt: ‘Ze is niet bij mij, ‘de diepste zee: ‘Bij mij evenmin.’ De wijsheid is niet te koop voor enig goud, noch kan ze in zilver worden afgewogen. Kostbaarder is ze dan het goud van Ofir, dan de duurste onyx of saffier. Ze wordt niet geëvenaard door goud of glas, niet verworven voor schalen van het fijnste goud. Vergelijk haar niet met robijnen of kristallen, een buidel wijsheid is meer waard dan parels. Topaas uit Nubië kan haar niet evenaren, ze is kostbaarder dan zuiver goud. Maar van waar stamt de wijsheid dan, en het inzicht–waar is het te vinden? De wijsheid is verborgen voor de blik der levenden, ook aan de vogels in de lucht laat ze zich niet zien. De afgrond en de dood, ze zeggen beide: ‘Onze oren kennen haar slechts bij geruchte.’ Maar God kent haar wegen en hij weet waar ze verblijft. Want hij ziet tot aan de randen van de aarde, onder heel de hemel ontsnapt niets aan zijn blik. Toen hij de kracht schiep van de winden en de wateren omgrensde, toen hij zijn wet oplegde aan de regen en de wegen van de donderwolken baande, zag hij de wijsheid en hij toetste haar, hij peilde en doorgrondde haar. En hij sprak tot de mens: ‘Ontzag voor de Heer–dat is wijsheid; het kwaad mijden–dat is inzicht.’” (Job 28:12-28 NBV)
     
    Kwaad is dikwijls daar waar verschillen zijn. Daar waar onenigheid in denken is, bestaat een voedingsbodem voor moeilijkheden.
    Hoe meer de mensen zullen gaan zoeken in het Woord van God, hoe meer de meningsverschillen zullen vervagen. Hoe meer wij lezen in de Geschriften hoe meer wij de gelijkenissen zullen merken. Dankzij het verdiepen in de Heilige Schrift zullen wij ook verder kennis kunnen vergaren en gaan leren ontdekken wat wel kan, mag, moet of niet moet.
     
     “Jahwe immers geeft de wijsheid; uit zijn mond komen kennis en inzicht.” (Spr 2:6 WV78)
     
    Ook al zijn wij allemaal verschillende wezens met hun eigenheden, gaan wij leren ontdekken dat als wij ons volgens de regels van Christus gedragen, ook al zijn wij verschillend toch één zullen mogen zijn.
     
    Mensen moeten de keuze maken of zij hun verenigingsleven willen dienen of God.
    “Als u Jahwe niet verkiest te dienen, kiest dan nu wie u wel wilt dienen: de goden die uw voorouders aan de overkant van de Rivier hebben vereerd, of de goden van de Amorieten, in wier land u woont. Ik en mijn familie, wij dienen Jahwe.’” (Joz 24:15 WV78)
     
    Meerdere mensen willen van meerdere walletjes eten. zij willen op twee gedachten hinken. voor Jehovah is er echter geen tussenweg.

    De grote scheiding komt onherroepelijk. Lot moest zijn vrouw achterlaten of ook zelf omkomen. (Lu 17:28-37 Jer 13:1-14)

    Waarom dan nog langer gewacht? Neem nu de beslissing om uw leven met God en de naaste in het reine te brengen. De reddingsboot ligt langszij, het schip zinkt en de oproep klinkt: Spring! Waar wacht u op?

    09 November

    Leven in stilte

    Leven naar het evangelie is wat elke Christen zou moeten doen. Hierbij zou hij regelmatig het Woord van god moeten bestuderen en nog meer zou hij het Woord van God moeten uitdragen.
    Woorden kunnen door onze hoofden hollen, beelden voorbij razen, in deze drukke wereld vergeten wij wel eens stil te worden en onze tijd voor God aan te wenden. Op zulk een rustig ogenblik kunnen wij ons afvragen of God er nog is of moeten wij ons dan niet eerder bevragen of wij zelf niet verloren zijn geraakt.
    dan kunnen wij tot God bidden om tot ons te spreken en om ons zelf terug te vinden. Ons Zijn nabijheid te laten voelen.

    ***

    Jehovah laat mij iets voelen van nabijheid, die ook leegte vol maakt en drukte stil legt.
    Met u mijn God neem ik mijn werk weer op en kan ik mijzelf weer vinden.